GESCHEIDEN OUDERS, WAT NU? HET ANTWOORD IS AAN ONS.
Stel je even voor dat jij een kind bent. Je zit aan tafel en tijdens het eten zeggen je ouders dat ze uit elkaar gaan. Of je hoort het van één van hen, die het niet langer voor zich kan houden. Om welke reden dan ook. Misschien voelde je het als kind al aankomen. Door de spanning in huis. Het gefluister. De stilte. Of juist de ruzie.
Toch is het voor veel kinderen een onverwachte, definitieve en verwarrende boodschap. Kinderen reageren daar allemaal anders op, maar één ding is zeker: in hun hoofd wemelt het van de vragen. Veel vragen.
- Waarom gaan mijn ouders uit elkaar?
- Waarom zeggen ze dit nu?
- Wat betekent dit voor mij?
- Waar ga ik wonen?
- Moet ik nu kiezen?
- Wat gaat er veranderen?
- En wat blijft hetzelfde?
- Moet ik morgen gewoon naar school?
- Mag ik boos zijn? Of verdrietig?
- Mag ik me blij voelen? Of opgelucht?
- Mag ik dit doorvertellen, of is het geheim?
- Had ik dit kunnen voorkomen?
- Moet ik papa of mama troosten?
- Mag ik van allebei houden?
- Moet ik nu opletten met wat ik zeg?
Al deze vragen vragen niet meteen om antwoord. Ze vragen vooral om liefde en oprechte aandacht. Waar volwassenen vaak geneigd zijn om snel te reageren en te zoeken naar oplossingen, zoeken kinderen juist naar nabijheid en houvast. Naar iemand die zegt: ik zie je en je hoeft dit niet alleen te doen.
Juist daarom is steun in de eerste fase van een scheiding zo hard nodig. Steun begint bij erkenning. Besef jij je voldoende hoe groot(s) een scheiding is voor een kind? Ook al komt het steeds vaker voor dat ouders uit elkaar gaan, het is écht niet normaal voor kinderen. Het vraagt van ons dat we telkens weer ruimte geven aan emoties. Ook – of juist – als ouders hun eigen emoties nog niet onder controle hebben. Het vraagt om informatie en uitleg, passend bij de leeftijd van het kind. En het vraagt om een luisterend oor. Niet meteen antwoorden, maar telkens weer ruimte geven aan het verhaal van ieder kind die een scheiding meemaakt. Vanuit oprechte aandacht en nieuwsgierigheid.
Voor beroepskrachten vraagt dit om vertraging. Om niet direct te denken in trajecten, regelingen of interventies, maar eerst in nabijheid en begrip. Het vraagt dat we signalen serieus nemen, ook als kinderen ze niet onder woorden brengen. En dat we ouders ondersteunen in hun ouderrol, in plaats van kinderen – bewust of onbewust – verantwoordelijk te maken voor de situatie.
Voor beleidsmakers betekent dit dat informatie en steun zichtbaar, toegankelijk en vanzelfsprekend moeten zijn vanaf het begin van een scheiding. Liefst al bij relatieproblemen, maar in ieder geval niet pas wanneer situaties vastlopen, escaleren of juridisch worden. Investeren in laagdrempelige, informele steun is investeren in de mentale gezondheid en veerkracht van kinderen en gezinnen.
Wat de volwassen wereld vooral níet moet doen, is normaliseren wat voor kinderen niet normaal voelt. Niet aannemen dat zij ‘het wel redden’ omdat scheiden vaker voorkomt. Niet vragen om volwassen gedrag van kinderhoofden. En niet wachten tot problemen zichtbaar worden, terwijl de verwarring al lang begonnen is.
Wat we wél moeten doen, is verantwoordelijkheid nemen. Door ouders aan het werk te zetten. Door kinderen te beschermen en hen ‘gewoon’ kind te laten zijn. En door steun te organiseren die recht doet aan hún perspectief. Bij Villa Pinedo zien we dagelijks wat er gebeurt wanneer kinderen zich gesteund voelen en ouders niet alleen hoeven te navigeren door deze ingrijpende fase.
De vraag ‘gescheiden ouders: wat nu?’ is daarmee geen juridische vraag, maar een morele.
En het antwoord begint bij ons.
