WE HEBBEN ER NIET VOOR GEKOZEN, TOCH GROEIEN WE ERMEE OP: EEN SAMENGESTELD GEZIN
Kinderen zien dat ouders weer verder gaan met hun leven. Vaak is dat goed nieuws. Ze zijn weer gelukkiger, rustiger en weer een beetje meer van zichzelf geworden. Maar voor kinderen betekent het meestal iets anders: er komt iemand bij die ze niet hebben uitgezocht. Soms ook nog met kinderen van die persoon. Twee huizen wordt dan een huis met een half-onbekende volwassene erbij, en soms met broers en zussen die we tot voor kort nog niet eerder hebben ontmoet.
Een uitspraak als “Het heeft tijd gekost” onderschatten volwassenen nogal eens. Voor kinderen is een nieuw gezin geen startpunt, maar een optelsom: van een scheiding die net begon te wennen, twee huizen die net hun plek kregen en dan weer iets nieuws erbij. Sommige kinderen ervaren het als iets fijns. Voor anderen duurt dat jaren en dat is ook oké. Een groot deel van de spanning zit in loyaliteit en onderliggende dynamieken in het (nieuw samengestelde) gezin. Hier is tegenwoordig steeds meer kennis over beschikbaar en aandacht voor, bijvoorbeeld over systemische wetmatigheden binnen samengestelde gezinnen. Dat is een goede en mooie ontwikkeling!
NIEUWE CIJFERS
Uit recente CBS-cijfers blijkt dat begin 2025 bijna een kwart van de 15-jarigen gescheiden ouders heeft. Een aandeel dat de afgelopen tien jaar niet minder is geworden. Van hen woonde ongeveer een kwart met een stiefouder en ruim 30% samen met stief- en/of halfbroers en -zussen. Het zijn van een samengesteld gezin is dus geen uitzondering meer, maar voor een aanzienlijk deel van onze generatie de dagelijkse werkelijkheid.
Toch blijkt uit onderzoek van Windesheim naar (stief)ouderschap in samengestelde gezinnen dat professionals in de jeugdzorg en hulpverlening nog vaak, en meestal onbewust, het traditionele kerngezin als uitgangspunt nemen. Daardoor sluit ondersteuning niet altijd aan bij wat kinderen en gezinnen nodig hebben. Denk aan hulp bij loyaliteitsconflicten, nieuwe opvoedrollen en bij het simpele feit dat hun gezin er anders uitziet dan het ‘standaardgezin’ waar beleid en methodieken vaak nog vanuit gaan.
DIT KAN HELPEN
Daarom vragen we de volwassenen, ouders, stiefouders, maar ook beleidsmakers en hulpverleners, om het samengestelde gezin als een op zichzelf staand systeem te bekijken en benaderen. Wat daarbij kan helpen:
- Er rekening mee te houden dat loyaliteit tijd nodig heeft, dat een ouder niet vervangen kan worden en dat er nieuwsgierigheid is rondom wat werkt er wél?
- Kinderen zelf te vragen hoe het gaat, niet alleen de volwassenen in het gezin.
- Bij trainingen, protocollen en hulpverlening niet het kerngezin als vanzelfsprekend startpunt te nemen, maar ruimte te maken voor nieuwe samenstellingen.
- Vroeg en laagdrempelig steun te bieden, vóórdat spanningen tussen ons, onze ouder en een nieuwe partner escaleren.
- Inzicht in de ordening van het gezin, de positie(s) en rollen van de gezinsleden in het samengestelde gezin, door je in deze kennis te verdiepen. Dit kan bijvoorbeeld door onze incompany skj-training met de Stiefacademie. Vind hier meer informatie of stuur een mail naar academie@villapinedo.nl!
Een samengesteld gezin lukt niet vanzelf en dat hoeft ook niet. Wat wél helpt, is dat de volwassenen om ons heen, thuis én in beleid en hulpverlening, snappen dat dit een eigen proces is, met een eigen tempo. Geef kinderen dat tempo, de ruimte en erkenning die ze nodig hebben en dan zal je zien dat er rust, duidelijkheid en heel veel moois kan ontstaan.
Oh ja! En dat wordt stief, dat is natuurlijk niet in beton gegoten. Kinderen weten vaak zelf heel goed hoe ze de nieuwe partners of broertjes en zusjes willen noemen.
